De Wateromgeving – Essentiële parameters voor aquatisch leven

Deze les duikt dieper in de wateromgeving die aquatische soorten beïnvloedt. Je leert over essentiële waterparameters zoals temperatuur, pH, zuurstofgehalte en zoutgehalte, en hoe deze de gezondheid en het welzijn van vissen en andere waterdieren beïnvloeden.

Learning Objectives

  • De student kan de belangrijkste fysieke en chemische parameters van water beschrijven.
  • De student kan de invloed van temperatuur, pH, zuurstof, en zoutgehalte op aquatisch leven uitleggen.
  • De student kan de normale range van deze parameters voor typische aquacultuurobjecten (zoals zalm of tilapia) benoemen.
  • De student kan de basis van waterkwaliteitsmonitoring beschrijven.

Text-to-Speech

Listen to the lesson content

Lesson Content

Inleiding tot Wateromgeving

De wateromgeving is de leefomgeving voor aquatische soorten, en deze omgeving wordt sterk beïnvloed door fysieke en chemische parameters. Factoren zoals temperatuur, licht, diepte, stroming en bodemstructuur spelen een rol, maar in deze les focussen we op chemische factoren die direct van invloed zijn op de fysiologie van de dieren. Denk aan de pH-waarde, de hoeveelheid opgeloste zuurstof, het zoutgehalte en de aanwezigheid van andere stoffen.

Temperatuur

Temperatuur is cruciaal voor aquatisch leven. Het beïnvloedt de metabole snelheid van dieren (hoe snel ze eten, groeien en ademen), de zuurstofoplossing (warm water houdt minder zuurstof vast) en de voortplanting. Elke soort heeft een optimale temperatuurrange. Zo heeft de zalm een voorkeur voor koeler water (rond de 10-15°C), terwijl tilapia beter gedijt in warmer water (20-30°C). Extreme temperaturen kunnen stress veroorzaken en zelfs dodelijk zijn. Denk aan de massale vissterfte in de Nederlandse kanalen in de zomer van 2018 vanwege extreem hoge temperaturen.

pH-waarde

De pH-waarde geeft aan hoe zuur of basisch het water is. Een pH van 7 is neutraal, lager is zuur en hoger is basisch. De pH beïnvloedt de opname van voedingsstoffen, de toxiciteit van stoffen (bijvoorbeeld ammoniak), en de fysiologie van de vissen. De ideale pH voor de meeste vissoorten ligt tussen 6.5 en 8.5. Een te lage of te hoge pH kan schade aan de kieuwen veroorzaken en de dood tot gevolg hebben. In Nederland wordt de pH van water in aquacultuursystemen regelmatig gecontroleerd om de optimale omstandigheden te garanderen.

Opgeloste Zuurstof (DO)

Zuurstof is essentieel voor de ademhaling van vissen en andere waterdieren. De hoeveelheid opgeloste zuurstof (DO - Dissolved Oxygen) wordt uitgedrukt in milligram per liter (mg/L) of ppm (parts per million). De DO is afhankelijk van temperatuur, zoutgehalte en druk. Koud en zoet water kan meer zuurstof bevatten dan warm en zout water. De meeste vissen hebben minimaal 5 mg/L DO nodig. In de aquacultuur is een goede beluchting (bijvoorbeeld met luchtpompen of watercirculatie) cruciaal om de zuurstofgehaltes op peil te houden, vooral in dichtbevolkte bassins.

Zoutgehalte (Saliniteit)

Het zoutgehalte is de hoeveelheid zouten die in het water zijn opgelost. Dit wordt meestal uitgedrukt in delen per duizend (‰). Zoetwatervissoorten kunnen niet goed tegen zout water, en zoutwatervissoorten kunnen niet goed tegen zoet water. De zoutwateromgeving is stabieler dan de zoetwateromgeving. Voor aquacultuur is het cruciaal om de juiste zoutgehaltes te handhaven voor de betreffende soort. Denk aan zeebaars die in brakwater, met een lager zoutgehalte dan zeewater, gekweekt wordt.

Progress
0%