**De Rol van de Respiratory Therapist (RT) in de Spoedeisende Hulp

In deze les duiken we in de cruciale rol van de Respiratory Therapist (RT) in de Spoedeisende Hulp (SEH). We focussen op de medicatie die wordt gebruikt bij acute ademhalingsproblemen en hoe de RT deze medicatie toedient en bewaakt.

Learning Objectives

  • De student kan de meest voorkomende medicatie die in de SEH gebruikt wordt bij ademhalingsproblemen benoemen.
  • De student kan de verschillende toedieningsmethoden van deze medicatie beschrijven.
  • De student kan de taken van de RT bij het bewaken van de effectiviteit van de medicatie uitleggen.
  • De student kan de mogelijke bijwerkingen van veelgebruikte medicatie identificeren.

Text-to-Speech

Listen to the lesson content

Lesson Content

Introductie: De RT in de Spoedeisende Hulp

De Spoedeisende Hulp (SEH) is een hectische plek waar patiënten met acute klachten worden behandeld. De Respiratory Therapist (RT) is een onmisbare schakel in de behandeling van patiënten met ademhalingsproblemen, zoals astma, COPD, longontsteking of allergische reacties. De RT werkt nauw samen met de artsen en verpleegkundigen om de beste zorg te bieden.

De RT’s expertise ligt vooral op de ademhalingstechnieken, het gebruik van beademingsapparatuur en het toedienen en bewaken van medicatie die direct invloed heeft op de ademhaling.

Veelvoorkomende Medicatie in de SEH

In de SEH worden verschillende soorten medicatie gebruikt om de ademhaling te verbeteren. Hier zijn enkele voorbeelden:

  • Bronchodilatoren: Deze medicijnen, zoals salbutamol (Ventolin) en ipratropiumbromide (Atrovent), openen de luchtwegen door de spieren rondom de luchtwegen te ontspannen. Dit maakt ademhalen makkelijker. Ze worden vaak toegediend via een inhalator of een vernevelaar.
    • Voorbeeld: Een patiënt met een astma-aanval krijgt salbutamol via een vernevelaar om de luchtwegen te openen.
  • Corticosteroïden: Medicijnen zoals prednison verminderen ontstekingen in de luchtwegen. Ze worden vaak intraveneus (via een infuus) toegediend, vooral bij ernstige astma-aanvallen of COPD-verergeringen.
    • Voorbeeld: Bij een COPD-patiënt die benauwd is en hoest veel, kan prednison via het infuus worden toegediend om de ontsteking te verminderen.
  • Zuurstof: Zuurstof is geen medicijn, maar een essentiële behandeling bij ademhalingsproblemen. Het wordt toegediend via neusbrillen, zuurstofmaskers of, bij ernstige problemen, beademingsapparatuur.
    • Voorbeeld: Een patiënt met een longontsteking kan zuurstof via een neusbril krijgen om de zuurstof in het bloed te verhogen.

Toedieningsmethoden en de Rol van de RT

De RT is verantwoordelijk voor de juiste toediening van de medicatie. Dit omvat het controleren van de dosering, het kiezen van de juiste toedieningsmethode en het uitleggen van de procedure aan de patiënt. De RT houdt ook de reactie van de patiënt op de medicatie in de gaten.

  • Vernevelaar: Vloeibare medicatie wordt omgezet in een nevel die de patiënt inademt. De RT zorgt ervoor dat de vernevelaar goed functioneert en bewaakt de ademhaling van de patiënt.
    • Voorbeeld: De RT bereidt de vernevelaar voor met salbutamol en geeft instructies aan de patiënt over het inhaleren.
  • Inhalator: De RT leert de patiënt hoe de inhalator op de juiste manier te gebruiken om de medicatie direct in de luchtwegen te krijgen.
    • Voorbeeld: De RT instrueert een patiënt met astma over het gebruik van de puff-inhalator, inclusief het schudden, inademen en uitademen.
  • Intraveneuze toediening (infuus): De RT assisteert bij het klaarmaken van het infuus en houdt de reactie van de patiënt in de gaten, in samenwerking met de arts en verpleegkundige.
    • Voorbeeld: De RT controleert de infuussnelheid van prednison en let op eventuele bijwerkingen zoals roodheid op de plek van de insteek.

Bewaking en Bijwerkingen

De RT observeert de patiënt nauwlettend en let op de effecten van de medicatie. De RT controleert parameters zoals ademhalingsfrequentie, zuurstofsaturatie (SpO2), en inspanning bij het ademhalen. Ook informeert de RT de arts over eventuele veranderingen in de toestand van de patiënt.

Het is ook belangrijk om de patiënt te informeren over mogelijke bijwerkingen. Vaak voorkomende bijwerkingen zijn:

  • Bronchodilatoren: Tremoren (trillen), hartkloppingen, angst.
  • Corticosteroïden: Verhoogde bloedsuikerspiegel (bij diabetici), irritatie in de keel (bij inhalatie).

De RT moet de patiënt geruststellen en uitleggen wat er kan gebeuren. Bij ernstige bijwerkingen informeert de RT de arts.

Progress
0%