**Zuurstoftherapie en Inhalatietherapie (basis)

Deze les behandelt de basis van zuurstof- en inhalatietherapie, essentiële vaardigheden voor ademhalingstherapeuten. Je leert over de verschillende toedieningsmethoden en hun indicaties, en hoe je deze op een veilige en effectieve manier toepast.

Learning Objectives

  • De student kan de verschillende methoden voor zuurstoftoediening identificeren en beschrijven.
  • De student kan de basisprincipes van inhalatietherapie uitleggen en de gebruikte hulpmiddelen benoemen.
  • De student kan de indicaties en contra-indicaties voor zuurstof- en inhalatietherapie herkennen.
  • De student kan de juiste veiligheidsmaatregelen bij het toedienen van zuurstof en inhalatietherapie toepassen.

Text-to-Speech

Listen to the lesson content

Lesson Content

Zuurstoftherapie: Basisprincipes

Zuurstoftherapie is de toediening van extra zuurstof om de zuurstofverzadiging in het bloed te verhogen. Dit kan nodig zijn bij diverse aandoeningen waarbij de ademhaling is verminderd. We gebruiken verschillende methoden:

  • Neusbril: Meest gebruikte methode, geschikt voor lage tot matige zuurstofbehoefte (1-6 liter per minuut). Denk aan patiënten met COPD.
  • Zuurstofmasker: Geschikt voor hogere zuurstofconcentraties (5-15 liter per minuut). Verschillende types: eenvoudig masker, reservoirmasker (met of zonder non-rebreathing valve). Geschikt voor acute benauwdheid.
  • Venturi-masker: Geeft een specifieke zuurstofconcentratie (24-50%). Ideaal voor patiënten met risico op CO2-retentie (bv. COPD-patiënten), omdat de FIO2 nauwkeurig kan worden ingesteld.

Belangrijk: Zuurstof is een medicijn. De toediening en hoeveelheid moet altijd worden voorgeschreven en gecontroleerd door een arts.

Inhalatietherapie: Basisprincipes

Inhalatietherapie is het toedienen van medicatie direct in de luchtwegen. Dit zorgt voor een snelle werking en minder systemische bijwerkingen. We gebruiken verschillende apparaten:

  • Dosisaërosol (MDI): Klein en draagbaar, vaak gebruikt met een voorzetkamer (spacer). De voorzetkamer helpt om de medicatie beter in de luchtwegen te krijgen.
  • Vernevelaar (Nebulizer): Zet vloeibare medicatie om in een nevel, die via een masker of mondstuk wordt ingeademd. Geschikt voor patiënten die de MDI niet goed kunnen gebruiken (bv. kinderen, ouderen).
  • Droogpoederinhalator (DPI): Levert de medicatie in poedervorm. Patiënt moet krachtig inhaleren.

Indicaties en Contra-indicaties

Indicaties:

  • Zuurstoftherapie: Hypoxemie (lage zuurstofspanning in het bloed), kortademigheid, cyanose (blauwe verkleuring van de huid).
  • Inhalatietherapie: COPD, astma, acute luchtwegobstructie (bv. door bronchospasme).

Contra-indicaties:

  • Zuurstoftherapie: In principe geen absolute contra-indicaties, maar voorzichtigheid is geboden bij patiënten met CO2-retentie. Het is belangrijk om de zuurstofconcentratie te titreren.
  • Inhalatietherapie: Allergie voor de medicatie.

Veiligheidsmaatregelen

  • Zuurstof: Zuurstof is brandbaar. Niet roken in de buurt van zuurstofbronnen. Houd zuurstofcilinders uit de buurt van hitte en vuur. Zorg voor goede ventilatie.
  • Inhalatietherapie: Controleer de vervaldatum van de medicatie. Leg de patiënt uit hoe de inhalatiemethode correct moet worden gebruikt. Observeer de patiënt op bijwerkingen.
Progress
0%