**Vital Signs & Basisvaardigheden in de Zorg

Deze les behandelt de essentiële basisvaardigheden van het meten van vitale functies en andere basisvaardigheden in de zorg. Je leert hoe je vitale functies correct meet en interpreteert, en hoe je basishandelingen veilig en effectief uitvoert.

Learning Objectives

  • De student kan de temperatuur correct meten met verschillende thermometers.
  • De student kan de polsslag en ademhaling tellen en interpreteren.
  • De student kan de bloeddruk meten met een bloeddrukmeter.
  • De student kan basishygiënische handelingen correct uitvoeren.

Text-to-Speech

Listen to the lesson content

Lesson Content

Inleiding Vitale Functies

Vitale functies zijn de belangrijkste indicatoren van de gezondheid. Ze omvatten temperatuur, polsslag, ademhaling en bloeddruk. Het observeren en meten van deze functies helpt om veranderingen in de gezondheidstoestand van een cliënt vroegtijdig te herkennen. We beginnen met de temperatuur.

Temperatuur Meten

De normale lichaamstemperatuur ligt tussen de 36,5°C en 37,5°C. Je kunt de temperatuur op verschillende plaatsen meten: oraal (in de mond), axillair (onder de oksel), rectaal (in de anus) en tympanisch (in het oor). De thermometer moet schoon zijn en je moet de juiste techniek gebruiken. Voorbeeld: Gebruik een digitale thermometer voor orale of axillaire meting. Voor rectale meting, gebruik een speciale thermometer en smeer de punt in met glijmiddel.

Polsslag en Ademhaling

De polsslag geeft de hartslag weer, meestal gemeten aan de pols. De normale polsslag is tussen de 60 en 100 slagen per minuut. Je voelt de polsslag met je vingertoppen en telt de slagen gedurende 60 seconden. Ademhaling meet je door de borstkas te observeren. Normaal is dit tussen de 12 en 20 keer per minuut. Tel de ademhalingen gedurende 60 seconden, terwijl je de cliënt observeert.

Bloeddruk Meten

De bloeddruk is de druk van het bloed op de bloedvaten. Je meet dit met een bloeddrukmeter (manueel of digitaal). De normale bloeddruk is ongeveer 120/80 mmHg (systolisch/diastolisch). Je moet de juiste manchetgrootte kiezen en de manchet correct plaatsen op de bovenarm. Voorbeeld: Plaats de manchet op de bovenarm, net boven de elleboog. Draai de manchet aan tot de polsslag niet meer voelbaar is, en laat vervolgens langzaam de lucht ontsnappen terwijl je met de stethoscoop luistert naar de Korotkoff-geluiden.

Basishygiëne

Hygiëne is essentieel in de zorg om de verspreiding van infecties te voorkomen. Handhygiëne (wassen van handen met water en zeep of desinfectiemiddel) is de belangrijkste stap. Zorg ervoor dat je handen wast: voor en na contact met de cliënt, na gebruik van handschoenen, na hoesten of niezen. Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen zoals handschoenen en schorten indien nodig.

Progress
0%