**Patiëntbeoordeling: De Anamnese en Observatie

In deze les leren we de cruciale eerste stappen van patiëntbeoordeling: de anamnese (vraaggesprek met de patiënt) en observatie. We zullen de technieken, belangrijke vragen en visuele cues verkennen die helpen bij het identificeren van ademhalingsstoornissen, waardoor je een solide basis legt voor verdere diagnostiek.

Learning Objectives

  • De student kan de essentiële elementen van een anamnese voor ademhalingsproblemen benoemen en uitleggen.
  • De student kan de basis van visuele observatie, inclusief de observatie van ademhalingspatronen, beschrijven.
  • De student kan de relevante vragen voorleggen over pijn op de borst, dyspneu, hoesten, en sputumproductie.
  • De student kan onderscheid maken tussen normale en abnormale bevindingen tijdens de observatie van een patiënt.

Text-to-Speech

Listen to the lesson content

Lesson Content

De Anamnese: Een Gesprek voor Informatie

De anamnese is het begin van elk onderzoek. Het is een gestructureerd gesprek met de patiënt om relevante informatie te verzamelen. We focussen hier op klachten die gerelateerd zijn aan de ademhaling. Belangrijke aspecten zijn:

  • Hoesten: Frequentie, duur, type (droog, productief), kleur en hoeveelheid sputum. Denk aan: "Hoe vaak hoest u per dag? Is er slijm, en zo ja, welke kleur heeft het?" Bijvoorbeeld: Is de hoest een piekende, 'blaf'-achtige hoest (kruis), of een chronische hoest (bronchitis)?
  • Dyspneu (kortademigheid): Wanneer treedt het op (inspanning, rust)? Wat zijn de uitlokkende factoren? Schrijf ook de ernst van de kortademigheid op bijvoorbeeld 'kortademig bij minimale inspanning'.
  • Pijn op de borst: Lokalisatie, intensiteit, aard (scherp, dof), factoren die de pijn verergeren of verminderen. Vraag de patiënt: "Waar voelt u de pijn precies? Voelt het alsof er iets drukt of knelt?" Denk hierbij aan hartklachten, longontsteking of een pneumothorax.
  • Sputumproductie: Hoeveelheid, kleur, consistentie. Kleur kan indicaties geven van infecties: geel/groen (bacterieel), roestbruin (pneumonie). Vraag: "Hoeveel slijm hoest u op? Is het dik, dun, en welke kleur heeft het?" Het kan ook helpen om een foto van het sputum te laten zien, zo kunnen patiënten de kleur beter omschrijven.
  • Andere symptomen: Koorts, vermoeidheid, gewichtsverlies, nachtelijk zweten (indicaties van infectie of ernstiger aandoeningen).

Observatie: Het Visuele Onderzoek

Observatie begint zodra je de patiënt ziet. Let op:

  • Uiterlijk: Algemene indruk (angstig, benauwd, kalm). Is de patiënt bleek, cyanotisch (blauwverkleuring van de lippen of vingertoppen, wijzend op zuurstoftekort), of overmatig zwetend?
  • Ademhalingspatroon: Ademhalingsfrequentie (aantal ademhalingen per minuut - normaal is 12-20), diepte, en regelmaat. Is er sprake van tachypneu (snel), bradypneu (langzaam), of afwijkende ademhalingstechnieken (bijvoorbeeld lip-ademen bij COPD)?
  • Gebruik van hulpademhalingsspieren: Gebruikt de patiënt spieren in de nek of tussen de ribben om te ademen? Dit duidt op ademhalingsarbeid.
  • Borstkasbewegingen: Zijn de borstkasbewegingen symmetrisch? Zijn er in- of intrekkingen van de borstkas?
  • Huidskleur: Cyanose (blauwe verkleuring, zuurstoftekort), roodheid (hyperventilatie).

Specifieke Voorbeelden en Vragen

Laten we een paar voorbeelden bekijken:

  • Patiënt met COPD: Anamnese: Chronische hoest, dyspneu bij inspanning, slijmproductie. Observatie: Lip-ademen, gebruik hulpademhalingsspieren, vatvormige borstkas.
  • Patiënt met Pneumonie (longontsteking): Anamnese: Hoesten met geel/groen sputum, koorts, pijn op de borst. Observatie: Snel en oppervlakkig ademen, algemene malaise.
  • Patiënt met Astma: Anamnese: Piepende ademhaling, kortademigheid, hoest vooral 's nachts. Observatie: Verlengde expiratie (uitademing).
Progress
0%