**Diuretica: Types en Werking

Deze les behandelt diuretica, oftewel plaspillen, die vaak worden voorgeschreven bij hart- en vaatziekten. Je leert verschillende soorten diuretica kennen en hoe ze werken om de bloeddruk te reguleren en vochtophoping te verminderen.

Learning Objectives

  • De verschillende soorten diuretica (thiaziden, lisdiuretica, kaliumsparende diuretica) kunnen benoemen.
  • De werkingsmechanismen van thiazide diuretica, lisdiuretica en kaliumsparende diuretica beschrijven.
  • De indicaties voor het gebruik van diuretica bij cardiovasculaire aandoeningen herkennen.
  • De mogelijke bijwerkingen en contra-indicaties van diuretica op een basisniveau begrijpen.

Text-to-Speech

Listen to the lesson content

Lesson Content

Inleiding: Wat zijn diuretica?

Diuretica, ook wel 'plasmedicijnen' genoemd, zijn geneesmiddelen die de nieren stimuleren om meer urine te produceren. Dit helpt om het volume van het bloed te verminderen, waardoor de bloeddruk daalt en vochtophoping (oedeem) wordt tegengegaan. Ze worden vaak voorgeschreven bij hartfalen, hoge bloeddruk en andere cardiovasculaire aandoeningen. Denk bijvoorbeeld aan het feit dat veel ouderen in Nederland diuretica gebruiken vanwege hun hoge bloeddruk.

Soorten Diuretica

Er zijn verschillende soorten diuretica, elk met een ander werkingsmechanisme en verschillende effecten:

  • Thiazide diuretica: Werken in de distale tubulus van de nier. Voorbeelden zijn hydrochloorthiazide (HCTZ). Ze verminderen de reabsorptie van natrium en chloride, waardoor meer water wordt uitgescheiden.
  • Lisdiuretica: Krachtigere diuretica, werkzaam in de lis van Henle (een deel van de nier). Voorbeelden zijn furosemide (Lasix). Ze remmen de reabsorptie van natrium, chloride en kalium.
  • Kaliumsparende diuretica: Werken in de verzamelbuis van de nier. Voorbeelden zijn spironolacton (Aldactone). Ze verminderen de uitscheiding van kalium. Ze worden vaak gecombineerd met andere diuretica om kaliumverlies te voorkomen.

Werkingsmechanismen in detail

  • Thiaziden: Remmen de Na+/Cl- cotransport in de distale tubulus. Dit zorgt voor meer uitscheiding van natrium en chloride, en indirect ook water.
  • Lisdiuretica: Blokkeren de Na+/K+/2Cl- cotransport in de lis van Henle, wat resulteert in een aanzienlijke natriumuitscheiding en dus waterverlies. Furosemide is hier een goed voorbeeld van.
  • Kaliumsparende diuretica: Antagonisten van aldosteron (zoals spironolacton) of remmen direct de natriumkanalen in de verzamelbuis. Dit vermindert de natriumreabsorptie en kaliumuitscheiding.

Indicaties en bijwerkingen

Diuretica worden voornamelijk gebruikt bij:

  • Hoge bloeddruk (hypertensie): Door het verminderen van het bloedvolume.
  • Hartfalen: Om vochtophoping (oedeem) in de longen en benen te verminderen.
  • Oedeem (vochtophoping) door andere oorzaken: Zoals nierziekten.

Mogelijke bijwerkingen:

  • Hypokalemie (te laag kaliumgehalte): Vooral bij thiaziden en lisdiuretica.
  • Hyperkalemie (te hoog kaliumgehalte): Vooral bij kaliumsparende diuretica.
  • Hyponatriëmie (te laag natriumgehalte): Mogelijk bij alle diuretica.
  • Duizeligheid en hoofdpijn
  • Uitdroging

Het is belangrijk dat patiënten met diuretica regelmatig worden gecontroleerd op bloedwaarden (vooral kalium en natrium) en hydratatie.

Progress
0%