ECG

Deze les behandelt de basis van het ECG (elektrocardiogram), een essentieel hulpmiddel in de cardiologie. Je leert hoe een normaal ECG eruit ziet en hoe je veelvoorkomende afwijkingen kunt herkennen. We richten ons op de grondbeginselen zodat je een solide basis hebt voor verdere studie.

Learning Objectives

  • De student kan de anatomie en fysiologie van het hart in relatie tot het ECG beschrijven.
  • De student kan de verschillende golfvormen van een normaal ECG identificeren (P, QRS, T).
  • De student kan veelvoorkomende ECG-afwijkingen (bv. bradycardie, tachycardie) benoemen en in context plaatsen.
  • De student kan de basale ECG-interpretatie toepassen op eenvoudige cases.

Text-to-Speech

Listen to the lesson content

Lesson Content

Het Hart en het ECG

Het ECG registreert de elektrische activiteit van het hart. Deze activiteit wordt veroorzaakt door het samentrekken van de hartspier (myocard). We beginnen met een korte recap van de anatomie van het hart: boezems (atria), kamers (ventrikels) en het geleidingssysteem (sinusknoop, AV-knoop, bundel van His, Purkinjevezels). Denk aan het hart als een huis met kamers, en het ECG als de elektriciteitsmeter. De normale geleiding begint in de sinusknoop (de natuurlijke pacemaker), verspreidt zich over de atria, naar de AV-knoop, en dan door de ventrikels. Elke stap in dit proces genereert een specifieke golfvorm op het ECG.

De Golfvormen: P, QRS, T

Een normaal ECG bestaat uit verschillende golfvormen. Laten we ze eens bekijken:

  • P-golf: Representeert de depolarisatie (samentrekking) van de atria. De P-golf is meestal klein en positief.
  • QRS-complex: Representeert de depolarisatie van de ventrikels (de grote spieren die het bloed rondpompen). Dit is het meest prominente deel van het ECG, en bestaat uit een negatieve Q-golf (optioneel), een positieve R-golf en een negatieve S-golf. De breedte van het QRS-complex is belangrijk; een breder complex kan wijzen op een probleem met de geleiding.
  • T-golf: Representeert de repolarisatie (herstel) van de ventrikels. Meestal is de T-golf positief.
  • Intervals: Tussen de golfvormen zijn er intervallen. De belangrijkste zijn het PR-interval (tijd van het begin van de P-golf tot het begin van het QRS-complex) en het QT-interval (tijd van het begin van het QRS-complex tot het einde van de T-golf). Deze intervallen geven belangrijke informatie over de hartgeleiding.

Veelvoorkomende Afwijkingen: Een Overzicht

Er zijn verschillende afwijkingen die op een ECG te zien zijn. Hier zijn een paar voorbeelden:

  • Bradycardie: Een trage hartslag (minder dan 60 slagen per minuut). Kan fysiologisch zijn (bij atleten) of door een probleem met de sinusknoop.
  • Tachycardie: Een snelle hartslag (meer dan 100 slagen per minuut). Oorzaken kunnen stress, inspanning, of hartritmestoornissen zijn.
  • Premature Ventriculaire Contracties (PVC's): Extra slagen die ontstaan in de ventrikels. Zien er vaak vreemd uit op het ECG.
  • Atriumfibrilleren (AF): Onregelmatige elektrische activiteit in de atria, wat leidt tot een onregelmatige hartslag. Zeer veelvoorkomend.

Het herkennen van deze afwijkingen is de basis voor verdere diagnostiek.

Voortgang
0%