Voeding en Groei – De rol van voeding in aquacultuur

Deze les gaat over de cruciale rol van voeding in aquacultuur. Je leert hoe verschillende voedingsstoffen de groei, gezondheid en productiviteit van aquatische soorten beïnvloeden en hoe je voedingsstrategieën kunt optimaliseren.

Learning Objectives

  • De basisvoedingsstoffen (eiwitten, koolhydraten, vetten, vitamines en mineralen) benoemen en hun functies in het dieet van aquatische soorten beschrijven.
  • Het belang van voederconversieratio (FCR) en de impact van voeding op de FCR uitleggen.
  • De verschillende soorten voer die in de aquacultuur worden gebruikt herkennen en hun voor- en nadelen beoordelen.
  • De factoren die de voedingsbehoeften van aquatische soorten beïnvloeden, identificeren.

Text-to-Speech

Listen to the lesson content

Lesson Content

Basisvoedingsstoffen en hun Functies

Net als mensen, hebben aquatische soorten (zoals vissen, schaaldieren, en weekdieren) verschillende voedingsstoffen nodig om te overleven en te groeien. Deze stoffen kunnen worden onderverdeeld in:

  • Eiwitten: Essentieel voor groei en weefselherstel. Vissen hebben vaak een relatief hoog eiwitgehalte in hun dieet nodig. Voorbeelden zijn vismeel, sojameel.
  • Koolhydraten: Energiebron. In mindere mate gebruikt dan bij zoogdieren. Voorbeelden zijn granen en zetmeel.
  • Vetten: Leveren energie en helpen bij de absorptie van vetoplosbare vitamines. Vaak afkomstig van visolie of plantaardige oliën.
  • Vitamines: Essentiële micronutriënten die belangrijk zijn voor verschillende lichaamsfuncties. Voorbeelden zijn vitamine C voor de immuniteit en vitamine D voor de botgezondheid.
  • Mineralen: Essentieel voor botten, tanden en verschillende biochemische processen. Voorbeelden zijn calcium, fosfor en zink.

Het dieet moet in balans zijn om een optimale groei en gezondheid te garanderen. Een tekort aan een voedingsstof kan leiden tot groeivertraging, verminderde weerstand tegen ziektes en zelfs sterfte.

Voederconversieratio (FCR)

De Voederconversieratio (FCR) is een maatstaf voor de efficiëntie van het voer: hoeveel kilo voer is nodig om één kilo vis (of andere soort) te laten groeien?

  • Formule: FCR = (Hoeveelheid voer in kg) / (Gewichtstoename van de dieren in kg)

Een lagere FCR is wenselijk, omdat dit betekent dat er minder voer nodig is om de dieren te laten groeien. Dit leidt tot lagere kosten en een kleinere impact op het milieu (minder afval).

Voorbeeld: Als je 2 kg voer geeft en de vissen 1 kg zwaarder worden, dan is de FCR 2. Als je 1 kg voer geeft en de vissen 1 kg zwaarder worden, dan is de FCR 1.

Factoren die de FCR beïnvloeden zijn onder andere: de kwaliteit van het voer, de soort vis, de leeftijd, de watertemperatuur en de omgevingscondities. Een hoogwaardig voer, afgestemd op de behoeften van de soort, zal leiden tot een lagere FCR.

Soorten Voer in Aquacultuur

Er zijn verschillende soorten voer die in de aquacultuur worden gebruikt:

  • Droogvoer (pellets): Dit is het meest gebruikte voer. Het is gemakkelijk te hanteren, te bewaren en kan worden afgestemd op de voedingsbehoeften van verschillende soorten. De pellets drijven, zinken of zweven in het water, afhankelijk van de formule.
  • Koudgeperst voer: Minder bewerkt dan geëxtrudeerd voer, met behoud van meer natuurlijke voedingsstoffen.
  • Natvoer: Vaak gebruikt voor larven of in de eerste levensfase van de dieren. Het kan bestaan uit vers of bevroren vis, schaaldieren, algen of een mengsel.
  • Levend voer: Zoals artemia (pekelkreeftjes), rotifers en plankton. Wordt vaak gebruikt als voedsel voor larven en jonge vissen, omdat het een complete voeding biedt en gemakkelijk te verteren is.

De keuze van het voer hangt af van de soort vis, de groeifase, en de kosten.

Factoren die de Voedingsbehoeften Beïnvloeden

Verschillende factoren beïnvloeden de voedingsbehoeften van aquatische soorten:

  • Soort en Ras: Verschillende soorten en zelfs verschillende rassen binnen dezelfde soort hebben verschillende voedingsbehoeften. Zalm heeft bijvoorbeeld meer eiwit nodig dan karper.
  • Leeftijd: Jonge dieren hebben vaak een hogere eiwitbehoefte en een ander voedingspatroon dan volwassen dieren.
  • Groeifase: Snelgroeiende dieren hebben meer voer nodig.
  • Temperatuur: Bij hogere temperaturen is de stofwisseling sneller en hebben dieren meer voer nodig.
  • Waterkwaliteit: De waterkwaliteit (zuurstofgehalte, pH, etc.) kan van invloed zijn op de eetlust en de opname van voedingsstoffen.
  • Gezondheid: Ziektes of stress kunnen de voedingsbehoeften beïnvloeden.
Voortgang
0%