**Casestudy's en Herhaling

Deze les verdiept je kennis van acute en chronische ademhalingsaandoeningen door middel van casestudies en herhaling. Je past je geleerde kennis toe op realistische scenario's en bereidt je voor op verdere specialisatie.

Learning Objectives

  • De student kan ten minste twee casestudies over acute ademhalingsaandoeningen analyseren en de juiste interventies bepalen.
  • De student kan ten minste twee casestudies over chronische ademhalingsaandoeningen analyseren en een behandelplan schetsen.
  • De student kan de belangrijkste symptomen en behandelmethoden voor verschillende ademhalingsaandoeningen opsommen.
  • De student kan de relatie tussen pathofysiologie en symptomen in casestudies uitleggen.

Text-to-Speech

Listen to the lesson content

Lesson Content

Casestudy 1: Acute Bronchitis

Pieter, 35 jaar, komt op de spoedeisende hulp met klachten van hevige hoestbuien, pijn op de borst en kortademigheid. Hij geeft aan koorts te hebben en zich grieperig te voelen. Na auscultatie hoor je rhonchi en een piepende ademhaling. Zijn saturatie is 94% op kamerlucht.

  • Vraag: Wat zijn de waarschijnlijke oorzaken van Pieters klachten? Wat zijn de meest urgente interventies?
  • Voorbeeld: De waarschijnlijke oorzaak is acute bronchitis, vaak veroorzaakt door een virale infectie. Urgente interventies zijn zuurstoftherapie (indien nodig, saturatie <90%), hydratatie en pijnstilling. Het is essentieel om antibiotica te vermijden, tenzij er een bacteriële component (pneumonie) wordt vermoed.

Casestudy 2: Astma-aanval

Maaike, 10 jaar, wordt binnengebracht door haar ouders vanwege een ernstige astma-aanval. Ze is benauwd, praat in korte zinnen, en gebruikt haar hulpademhalingsspieren. Haar saturatie is 90% op kamerlucht, haar ademhalingsfrequentie is 40/min.

  • Vraag: Welke parameters zijn kritiek en welke behandelingen moeten onmiddellijk worden gestart?
  • Voorbeeld: Critische parameters zijn de lage saturatie, de verhoogde ademhalingsfrequentie en de gebruik van hulpademhalingsspieren. Behandelingen zijn: zuurstof (gericht op >95% saturatie), snelwerkende bronchodilatoren via een vernevelaar (bijv. salbutamol) en mogelijk corticosteroïden (oraal of intraveneus).

Casestudy 3: COPD Exacerbatie

Karel, 70 jaar en bekend met COPD, heeft een exacerbatie. Hij is kortademig, hoest veel slijm op en voelt zich zwak. Zijn saturatie is 88% op kamerlucht en hij is verward.

  • Vraag: Welke stappen moeten er ondernomen worden in de behandeling van Karel? En hoe wordt de complicatie van koolzuurretentie beheerd?
  • Voorbeeld: Start met zuurstoftherapie (zorgvuldig, afhankelijk van de arteriële bloedgaswaarden, streef saturatie van 88-92%), bronchdilatoren, corticosteroïden. Controleer de bloedgassen (arteriële bloedgassen) om de mate van respiratoire insufficiëntie en koolzuurretentie te beoordelen. Indien er sprake is van ernstige koolzuurretentie (hypercapnie) kan er beademing via non-invasieve beademing (NIV) nodig zijn.

Herhaling: Acute en Chronische Aandoeningen

Samenvatting van belangrijke verschillen:

  • Acute aandoeningen: Snel begin, vaak infectieus (bronchitis, pneumonie), kortdurende symptomen, snelle verbetering.
  • Chronische aandoeningen: Langzaam begin, vaak progressief (COPD, astma, cystic fibrosis), langdurige symptomen, beheer op lange termijn. Denk aan de GOLD classificatie voor COPD en de mate van astma controle.
Voortgang
0%