Andere Cardiologische Diagnostische Technieken

Deze les behandelt andere cardiologische diagnostische technieken die cardiologen gebruiken om hartproblemen te diagnosticeren. Je leert over de processen, toepassingen en voordelen van deze technieken, naast de meer bekende ECG en echo.

Learning Objectives

  • Identificeer de indicaties voor het gebruik van een inspanningstest.
  • Beschrijf het doel en de uitvoering van een Holter-monitor.
  • Verklaar de functie van een CT-scan en MRI-scan voor het hart.
  • Ben je bewust van de risico's en voordelen van deze technieken.

Text-to-Speech

Listen to the lesson content

Lesson Content

Inspanningstest (Fietstest of Loopbandtest)

Een inspanningstest is een diagnostische test waarbij je je inspant (meestal op een loopband of fiets) terwijl je hartslag, bloeddruk en soms ECG continu worden gemeten. Het doel is om te zien hoe je hart reageert op stress.

Indicaties: Het wordt vaak gebruikt om pijn op de borst (angina pectoris) te beoordelen, de ernst van hartziekte te bepalen, en de effectiviteit van een behandeling te evalueren. Denk aan situaties waarin de patiënt klachten ervaart bij inspanning, zoals traplopen.

Uitvoering: De patiënt begint met een lichte inspanning, die geleidelijk wordt opgevoerd. De arts of verpleegkundige observeert symptomen en de ECG-veranderingen. De test wordt gestopt als de patiënt pijn op de borst krijgt, vermoeid raakt, of als er afwijkende ECG-veranderingen optreden. In Nederland wordt de test vaak gedaan in een ziekenhuis of een gespecialiseerde praktijk.

Holter-monitor

Een Holter-monitor is een draagbaar ECG-apparaat dat continu de elektrische activiteit van het hart gedurende 24-48 uur (of langer) registreert.

Doel: Het doel is om hartritmestoornissen (aritmieën), zoals atriale fibrillatie of ventriculaire tachycardie, op te sporen die niet constant aanwezig zijn en dus niet direct tijdens een ECG opgemerkt worden. De patiënt houdt een dagboek bij om symptomen te registreren.

Uitvoering: Kleine elektroden worden op de borstkas van de patiënt geplakt. Deze elektroden zijn verbonden met een kleine monitor die de hartslag registreert. De patiënt kan zijn normale dagelijkse activiteiten verrichten. Na de periode wordt de monitor teruggebracht en analyseert de cardioloog de geregistreerde data.

Cardiale CT-scan en MRI-scan

Deze beeldvormende technieken geven gedetailleerde afbeeldingen van het hart en de bloedvaten.

CT-scan (Computed Tomography): Gebruikt röntgenstralen om dwarsdoorsneden van het hart te maken. Het kan worden gebruikt om de kransslagaders te bekijken (CT-coronairangiografie), de calciumscore te bepalen (hoeveelheid kalk in de kransslagaders) en om andere hartstructuren te evalueren.

MRI-scan (Magnetic Resonance Imaging): Gebruikt magnetische velden en radiogolven om gedetailleerde beelden te genereren. Het is nuttig om de hartspier (myocard) te beoordelen, hartkleppen te evalueren en andere structurele afwijkingen op te sporen.

Voordelen en Risico's: CT-scans gebruiken röntgenstraling (klein risico op straling), MRI-scans gebruiken geen straling maar kunnen ongemak veroorzaken door het liggen in de scanner en voor mensen met metalen implantaten. Beide technieken leveren waardevolle informatie op, maar vereisen specialistische apparatuur en expertise.

Voortgang
0%